Menu bar

Showing posts with label Living in the USA. Show all posts
Showing posts with label Living in the USA. Show all posts

Thursday, January 3, 2013

Weet wat je eet


Ik heb al vaker geschreven over eten en Amerikanen. Op de een of andere manier interesseert het me. Waarschijnlijk omdat het hier zo ontzettend anders gaat dan in Nederland. De bedrijven lijken hier meer op geld gefocust (goedkoopste prijs, winstbejag van bedrijven) dan in zorg voor de consument. Of dat verkeerd is laat ik aan jullie zelf over, ik wil er gewoon over schrijven.

Een van de grote verschillen betreft de keurmerken die op producten staan. In Nederland zie je steeds meer keurmerken op producten, zoals ECO, Ik Kies Bewust en een vegetarisch keurmerk. Allemaal bedoeld om de consument te informeren dat het product voldoet aan bepaalde (gezondheids)normen. Hier gaat een strenge keuring aan vooraf, maar bedrijven hebben het er graag voor over. De consument vraagt er naar en heeft er een hogere prijs voor over. Het wordt als een toegevoegde waarde gezien.

Over Amerikaanse keurmerken kan ik kort zijn. Die zijn er niet. Erger nog, food labeling vind vrijwel niet plaats in Amerika, het gevolg van een succesvolle lobby van de grote industriële bedrijven. De enige verplichting is het aangeven van bepaalde voedingswaarden op een product, zoals calorieën en het vetgehalte. Verder moet iedereen zelf maar uitvogelen wat ze kopen.

Een ander groot verschil is het gebruik van genetisch gemodificeerd (GG) voedsel. In Europa is het nog niet toegestaan om dit te verbouwen. Je zal ook vrijwel geen GG producten in de schappen zien. Vooral de onzekerheid over de lange termijn effecten op de gezondheid is een reden hiervoor. Het schijnt dat er wel GG margarine verkrijgbaar is, maar dit moet met een label op het product worden vermeld. GG voedsel in Amerika is echter een heel ander verhaal. Hier is het een enorme groeimarkt. En niet alleen in soja en maïs (zie ook Food Inc) maar op grote schaal worden GG gewassen geteeld. Tomaten, aardappelen en binnenkort zelfs zalm. En de verkoop ervan gaat prima. Niet in de minste plaats omdat de consument er niets van doorheeft. Op een label staan immers alleen de calorieën en het vetgehalte. De bedrijven zijn van mening dat het melden van het gebruik van GG voedsel de consument alleen maar onnodig ongerust zou maken.

Amerikanen lijken daarmee uit te gaan van het principe dat iets goed is tot het tegendeel is bewezen. Nederlanders en Europeanen zitten meer op de lijn dat voorkomen beter is dan genezen. Kies zelf maar wat je het lekkerst vindt.




Wednesday, December 12, 2012

Niets Organisch

Organisch voedsel is bezig aan een grote opmars. Eerst behoorde het eten van onbespoten groenten en zelfverbouwde gewassen nog toe aan de hippies en de geitewollen sokken generatie, maar mensen kiezen steeds bewuster voor etenswaren met minder negatieve effecten op de leefbaarheid van de wereld. En dat alles is een goede zaak.
 
Ook grote bedrijven zoals Pepsico en Cargill hebben dit ontdekt. Want waar een grote vraag is, willen dit soort bedrijven het aanbod leveren. En de organische markt is helemaal interessant, want de producten worden tegen een hogere prijs verkocht dan niet-organische producten. Vaak omdat de productiekosten een stuk hoger zijn dan bij massaproductie waar zaken als pesticide worden gebruikt. Maar dat deert grote bedrijven niet, die zien een hogere prijs en dus een hogere marge => winst => bonus. Ze hoeven alleen maar iets te bedenken dat ze wel de lusten geeft en niet de lasten.
 
In Amerika hebben de grote bedrijven als voornoemd inmiddels het grootste deel van de markt voor organisch voedsel in handen. Is dat een slecht iets? Niet noodzakelijk. Voorstanders zeggen dat alleen dit soort bedrijven het aankunnen om de steeds groter wordende vraag te bedienen. Tegenstanders zeggen dat het deze bedrijven voornamelijk om financieel gewin gaat in plaats van hart voor de organische zaak te hebben.
 
Een klein voorbeeld. Er bestaat een lijst met niet-organische producten die mogen worden toegevoegd aan het organische productieproces, dat zijn synthetische producten zoals zuiveringszout, waarmee brood wordt gemaakt. Deze lijst wordt beheerd door een nationaal bestuur. De bestuursleden hiervan komen in toenemende mate van de grote bedrijven, zoals Whole Foods en General Mills. En door de jaren heen zijn er ook steeds meer ingredienten op deze nationale lijst gekomen die niet organisch zijn. Waar in 2002 nog 77 producten op de lijst staan, is het aantal in 2012 gestegen naar 250. Opnieuw zijn er voorstanders en tegenstanders. De een zegt dat het aanbod van organische producten is uitgebreid, waardoor de lijst met noodzakelijke synthetische ingredienten moest worden uitgebreid. De ander zegt dat de standaarden van het nationaal bestuur niet meer objectief zijn en het belang van de grote bedrijven dienen. Zo werd recent voorgesteld om een verdelgingsmiddel aan de lijst toe te voegen. Het voorstel heeft het niet gehaald, maar de grenzen van het organisch toelaatbare worden wel degelijk verkend.
 
Ook de markt van organisch voedsel zou iets volledig natuurlijks moeten zijn. Het zou vanzelf moeten gaan. Maar de huidige ontwikkeling hiervan stelt ons voor een niet-natuurlijk dilemma. Grote bedrijven kunnen een wereldhit maken van organische producten. Maar hoeveel wil je inleveren op het label ‘organisch’ om dat te bereiken?
 
 
 
 


Tuesday, November 27, 2012

Soda ban


Noot van de redacteur: door alle recente ontwikkelingen (repatriatie, stormpje, kleintje) heb ik al lang geen berichten meer geplaatst. Geen idee hoe het er in de toekomst uit zal zien, maar gelukkig weten vrij weinig mensen dat maar. Ik heb nog een voorraadje berichten die ik de komende tijd zal proberen te posten, maar die kunnen dan enigzins gedateerd zijn. Excuus!


Amerika heeft niet zo’n goede naam op het gebied van eten en drinken. Het is vooral bekend van popcorn, hamburgers, coca cola en de vele fast food ketens. Het probleem van overgewicht is hier vele malen groter dan in Europa. Amerikanen vinden dit overigens minder een probleem dan Nederlanders. Dit ligt aan het cultuurverschil.
 
De kernwaarde van Amerikanen is vrijheid. 'Liberty' staat op alle muntjes te lezen. Iedereen is vrij om te gaan en te staan waar hij wil. En iedereen is dus ook vrij om te eten wat hij wil. Iedereen is gelijk, pardon iedere Amerikaan is gelijk, en iedereen krijgt de kans om wat van zijn leven te maken. Er wordt niet zo snel een oordeel geveld over iemand anders. Dus ook niet over het gewicht van iemand anders. Nederlanders hebben een meer Calvinistische houding, die zoiets zegt als 'je moet je zus en zo gedragen, want/ anders...'. Het is meer met het vingertje wijzen. Door de eeuwen heen is er bij Nederlanders een veel sterker besef van 'hoe iets zou moeten', en de bijkomende drang om elkaar dat te vertellen. Historisch gezien is dit voor beide landen eenvoudig te verklaren.
 
Toch zijn er in Amerika een paar voorvechters voor de nationale gezondheid. De burgemeester van New York, Bloomberg, is er een van. Hij is al een poos bezig met het uitbannen van roken in de stad. Het is verboden in alle publieke ruimtes, hij schroomt niet om een extra heffing van $5,- per pakje te introduceren en vorig jaar werd het ook verboden in alle parken. Maar laatst had hij weer een nieuw idee. Hij wil de verkoop van grote frisdranken in restaurants, theaters, stadions en straatstalletjes gaan verbieden. Wat is dan groot? Alle maten groter dan een halve liter moeten worden verboden. Overal in de stad.
 
De commotie is enorm. Verontwaardigde Amerikanen (je komt aan hun vrijheid), verontwaardigde bedrijven (je komt aan hun winst, zie ook "Supersize Me") en verontwaardigde dikkerds, want plotseling worden ze het verdomhoekje gezet. Nou ja, verdomhoek. 
 
De discussie vind ook op een gevoelig moment plaats. Over een paar maanden zijn er presidentsverkiezingen, en een belangrijke inzet is het gezondheidsplan van Obama. Alle Republikeinen vinden het verschrikkelijk, zij vinden vrijwel elke verplichting of aansturing door de overheid uit den boze. Maar de kosten van gezondheidszorg rijzen de pan uit, deels door ziektes als obesitas en diabetes.
 
Mensen reageren op alle mogelijke manieren. De een koopt gewoon drie halve liters, de ander verhuist naar een andere staat, weer een ander is blij voor het verbeterde vooruitzicht voor haar kinderen. En Bloomberg zelf? Die zegt dat het zijn rol is als burgemeester om dit soort beslissingen te nemen. Hij is onafhankelijk (als miljardair heeft de lobby bij hem geen kans) en heeft het beste voor met de gezondheid van zijn burgers. Vrijwillig of niet.
 
Hij lijkt wel een Nederlander.

 
 

Tuesday, October 16, 2012

New Yorkers Care



New York Cares is een populaire vrijwilligersorganisatie. Ze bedienen 1.200 non-profits, 53.000 mensen helpen per jaar zo’n 40.000 anderen. En het groeit als kool. Om je aan te melden als vrijwilliger moet je een oriëntatiesessie bijwonen van een uur. Elke dag wordt zo’n sessie gehouden, voor maximaal 400 mensen. Deze sessies zitten weken vantevoren volgeboekt. Vrijwilligerswerk in New York is één grote hit.
Er zijn twee belangrijke pijlers voor dit succes. De eerste is dat ze vrijwilligerswerk in alle soorten en maten bieden, zodat de vrijwilliger kan bijdragen op de manier die hem of haar het beste uitkomt. Je bent verder niet gebonden aan een project als je je daarvoor opgeeft. Flexibiliteit dus en maatwerk voor degene die de toegevoegde waarde levert. Het systeem zit echt goed in elkaar.
Ten tweede zijn er in New York heel veel mensen die vrijwilligerswerk willen doen. Ergens is dat wel apart, omdat New York bekend staat als een keiharde zakenstad waar mensen zich over de kop werken, zowel zakelijk als privé, om het veeleisende leeftempo hier vol te kunnen houden. De ‘leefsnelheid’ ligt hier nu eenmaal enorm hoog.
Maar de truc is dat juist de moordende concurrentie op de arbeidsmarkt ervoor zorgt dat vrijwilligerswerk zo populair is. Bedrijven weten het zeer te waarderen als iemand zijn vrije tijd nuttig besteed door ouderen te verzorgen, asielhonden uit te laten of een gemeentepark te onderhouden. New York Cares speelt hier handig op door officiële certificaten uit te geven voor het aantal en de soorten ‘geleverde diensten’ aan de gemeenschap. Het is een belangrijke cv-tool geworden voor het over-ambitieuze werkvolk in de financiële hoofdstad van de wereld.
Kijk, als je het zo bekijkt is het allemaal best logisch toch?
Er komt hierdoor wel een dilemma bij me bovendrijven. Ik zet vraagtekens bij de drijfveren van (een deel van) de vrijwilligers, omdat deze niet authentiek lijken te zijn maar gedreven door afgeleide doelen. Doelen die, over de boeg genomen, er misschien juist voor hebben gezorgd dat mensen van dit soort vrijwilligersorganisaties afhankelijk zijn geworden, omdat ze niet meer meekunnen in deze agressieve prestatiemaatschappij.
Is het dan goed om te helpen? Of maak je het systeem dan alleen maar erger?
 
 
 
 

Tuesday, September 25, 2012

Discriminatie

Ik wil zoveel mogelijk dingen in mijn leven meemaken. Sommige daarvan zijn heel moeilijk. Hoe het is om een vrouw te zijn bijvoorbeeld. Een andere ervaring is gediscrimineerd worden. Ik ben blank, man, volwassen, van westerse afkomst en mijn lichaam functioneert zoals het zou moeten. Daarmee zit ik zo’n beetje in de meest niet-gediscrimineerde groep die er bestaat en zou normaliter genoeg moeten zijn om nooit gediscrimineerd te worden. Toch is het me laatst gelukt.

Ik moest er wel wat voor doen. Namelijk in Amerika gaan wonen en werken. Daardoor viel ik plots in de categorie buitenlander, en die worden nog wel eens gediscrimineerd zoals je weet. Ik dus ook.

In mijn geval werd er niet vreemd naar me gekeken, ik ben niet geschopt of geslagen, ik hoefde niet in aparte ruimtes te zitten en zolang ik maar betaalde mocht ik alles kopen dat ik wilde. Ik werd vooral gediscrimineerd op het niet Amerikaan zijn. Bij financiele instellingen en instanties van de overheid bleef plotseling de deur dicht, waar ze wel gewoon open bleven voor Amerikanen. Sommige Amerikanen en Amerikaanse bedrijven denken werkelijk dat de wereld uit 1 land bestaat. Hun land. Ik kwam daar duidelijk niet vandaan en dus werd ik achtergesteld bij mensen die wel uit hun wereld kwamen.

Het gaat me niet om het benoemen van de incidenten, of het belachelijk maken van de Amerikaanse kortzichtigheid. Wat ik vooral heb onthouden was het vreemde gevoel niet als een gelijke te worden behandeld. Waarom? Ik was buitenlander. Dat was genoeg. En dat voelde vrij stom. Machteloos.

Oneerlijk is niet eens het juiste woord. Ik ging er voor het gemak vanuit dat de democratische wereld de zaken redelijk goed voor elkaar had. Geen compleet onlogische of scheve verhoudingen. Misschien juist omdat ik altijd tot die grote middengroep behoorde. Maar ook in een democratisch land gelden dus regels die niemand je met droge ogen uit kan leggen. Behalve die dame achter de balie dan. Hoewel ze eigenlijk alleen zei dat het nu eenmaal zo ging.

Achteraf (een redelijke poos later) vond ik een erg waardevolle ervaring. Ik gun het eigenlijk iedereen, vooral mensen zoals ik. Uit die grote, sterke groep die nog nooit is gediscrimineerd. Ik ben ervan overtuigd dat door een beetje extra discriminatie het uiteindeiljk minder zal worden.


 

Tuesday, September 4, 2012

Lunch habits


Elk land heeft zijn eigen eetgewoonten, het vertelt al veel over de cultuur van een land. Ik heb me lang verbaasd over de lunchmentaliteit in Amerika, maar dit werkt echter twee kanten op.
 
Bij de meeste Nederlandse bedrijven heb je een personeelsrestaurant. Tegen vriendelijke prijzen kan je een gevarieerde lunch samenstellen. Een soepje, verschillende soorten boterhammen en broodjes, plakjes beleg en natuurlijk alle soorten hagelslag. Ook zijn er vaak salades, daghappen en het onvermijdelijke snackje. Vrijdags traditioneel het visje.
 
Ik stel me voor dat de meeste Nederlanders een paar boterhammen eten, en nog een side dish. Vaak het snackje natuurlijk. Eén keer per week compleet wat anders, dat breekt zo lekker de week. Om het geheel weg te spoelen wordt vooral melk gedronken. De melk werd overigens vroeger wel eens gesubsidieerd door het bedrijf. Daar heeft de belastingdienst een stokje voor gestoken. Ook heel Hollands.
 
Hoe anders was het toen ik in Amerika ging lunchen. Ik werk op een luchthaven, en allereerst was er geen personeelsrestaurant. De medewerkers van de luchthaven aten op dezelfde plekken als de passagiers. De McDonald’s kon je eigenlijk zien als personeelsrestaurant, omdat verreweg de meeste medewerkers hier hun dagelijkse lunch bestelden. Maar ook de pizzaslices waren populair. Het waren de goedkoopste opties.
 
Ik nam toch liever een broodje. Toen ik een broodje had uitgezocht bij een deli, viel het me op dat het broodje vrij dik was. Dit bleek niet door het brood te komen, maar door de halve kilo vlees die er was tussengepropt. Ik gok dat het 15 plakjes salami, turkey breast en kaas waren. Heerlijk gevarieerd.
 
Daarnaast kopen Amerikanen vaak een zakje chips en/of een cookie bij hun lunch, zeg maar als dessert. Of waren het de groenten misschien? Ik liet het allemaal maar een beetje over me heenkomen, en vroeg of ik er een glas melk bij kon krijgen. Dat hadden ze helaas niet, er was cola, 7-up en sinas. Natuurlijk allemaal ook in light verkrijgbaar.
 
Maar het is maar van welke kant je het bekijkt. Laatst was mijn Amerikaanse collega in Nederland, en we gingen lunchen in het personeelsrestaurant. Hij keek wat vreemd naar de kroket, maar hij liet zich door mij overhalen om hem te proberen. Hij vond het verder maar raar dat de plakjes salami per stuk waren verpakt, dat was toch behoorlijke milieuvervuiling. Als drank zocht hij naar een colaatje, maar ik kwam er tot mijn verbazing achter dat dit niet in het personeelsrestaurant was te krijgen. Iedereen nam blijkbaar melk of water. Of jus d’orange en optimel als we luxe wilden doen.
 
Bij de kassa viel het kwartje definitief. Of juist niet. In heel gebrekkig Engels zei de kassajuf dat ze zijn euro’s niet kon aannemen. In het restaurant kon je alleen met chip betalen.
 

Wednesday, July 25, 2012

Amerikanen zijn zoals ze autorijden

Ooit in New York geweest? Ja? Dan heb je vast wel in een New Yorkse taxi gezeten. Een zogeheten Yellowcab. Hoewel de bereiders meestal Afrikaans, Russisch of Indisch zijn, zijn deze taxi’s op een bepaalde manier een mooie metafoor voor de Amerikaanse cultuur.



Beide kennen namelijk maar twee standen: gas geven en remmen. Als je achterin de taxi zit, wiebel je de hele tijd van voor naar achter. De chauffeur ziet een gaatje, en hop, vol gas vooruit. Daarna meteen weer stevig remmen want de auto voor je rijdt niet genoeg door. Totdat de chauffeur het volgende gaatje heeft gevonden en het ritueel zich weer herhaalt. Tot je bij je bestemming bent aangekomen.

De auto uit laten rollen, of anticiperen op het verkeer voor je is er niet bij. Brandstof besparen, genieten van de autorit of andere gevolgen van een rustiger rijstijl zijn aan de Newyorkse chauffeurs niet besteed. Het gaat immers om geld verdienen. Zo veel en zo snel mogelijk.
Ze wanen zich de koningen van het asfalt. Fietsers, wandelaars en andere groene vervoersmiddelen worden volledig over het hoofd gezien, en de fietspaden kunnen handig worden gebruikt om extra in te halen of om de auto op stil te zetten om passagiers uit te laden.

De taxi’s zien er meestal brak uit aan de binnenkant. Al het noodzakelijke zit erin, een plastic omhulsel om de berijder te beschermen, een betaalapparaat en een hengsel om je aan vast te houden. Ik zou hem gebruiken tijdens de rit. De binnenkant maakt niet uit, het gaat immers om het zo snel mogelijk van A naar B komen. Geld verdienen.
Wat de auto’s meestal wel hebben is een goede vering. Dit is strikt noodzakelijk omdat de Newyorkse wegen het best zijn te vergelijken met een maanlandschap. De Amerikanen hebben geen geld over voor goede wegen, dus je stuitert niet alleen heen en weer maar ook op en neer. Om te voorkomen dat je auto elke week naar de garage moet heb je maar één ding nodig: een goede vering. Dat is de Amerikaanse manier van problemen oplossen.

De taxi’s rijden 24 uur per dag. De dag is verdeeld in 2 shifts, steeds van 5 tot 5. In de tussentijd rijden ze alleen maar. Plannen doen ze niet. Alleen als ze een ritje hebben. Dan plannen ze van A naar B. Ze kennen eigenlijk alleen de actie stand. Anders staan ze stil.

New Yorkse taxi's. Het zijn net Amerikanen.

Tuesday, May 22, 2012

Even wachten


In Nederland heb je zo nu en dan een verkeerslicht die aftelt tot het licht weer groen wordt. Het blijkt dat mensen hierdoor rustiger wachten.
In de Verenigde Staten heb je zo nu en dan een verkeerslicht die aftelt tot het licht weer rood wordt. Het blijkt dat mensen hierdoor niet meer te laat oversteken.

Het is een heel klein verschil, maar het geeft een beeld over hoe beide landen in essentie denken. In Nederland gericht op het plezieren van de consument, plus de kans op een efficientere doorstroming van het verkeer omdat ze zich kunnen voorbereiden op het groen. In de Verenigde Staten is het gericht op het voorkomen van het gevaar dat mensen nog oversteken terwijl het licht op groen springt voor het andere verkeer op het kruispunt. Een positieve, constructieve benadering versus een negatieve, risicomijdende benadering.

Waarom noemen Nederlanders eigenlijk hun verkeerslichten Stoplichten? Het zijn toch ook Galichten...


Wednesday, April 25, 2012

Supersize me: the movies

Een kaartje voor de bioscoop is in Amerika niet zo duur. Voor een tientje ben je al binnen. En dan maakt het ze niet eens zoveel uit hoeveel films je achter elkaar kijkt.


De opzet is namelijk als volgt. Je levert je kaartje in bij de roltrap omhoog. Daarna kom je in een centrale ruimte waar je eten en drinken kunt bestellen. De bioscoopzalen liggen hieromheen verspreid. Dan kan je zo de zaal van je keuze binnenlopen. En als je na de film nog niet bent uitgekeken, loop je toch gewoon een andere zaal binnen?

Je zou denken dat het management van de bioscoop hier wel een stokje voor zou steken. Maar dat doen ze niet. Hier is waarom. Het geld wordt niet verdiend op de kaartjes, maar op het eten en drinken. En alles gaat in Amerikaanse maten. Een kleine cola en een kleine popcorn kosten allebei 6 dollar. En dan heb je een halve liter zoetigheid en een beker gepofte mais. Voor 12 dollar is dat op zich best prijzig, maar nu komt de truc. Medium-sized kost 1 dollar meer. Maar dan verdubbelen wel je porties. Dan heb je een liter cola en een flinke bak popcorn. En super-sized? Juist, opnieuw 1 dollar meer, en opnieuw verdubbelen je porties. Zo zit iedereen voor 16 dollar met 2 liter cola en een lampenkap vol met popcorn naar een film te kijken. En om mensen helemaal over de streep te trekken hebben ze nog een laatste geintje bedacht: als je de grootste cola besteld, krijg je een gratis re-fill. Let wel, alleen bij de grootste!

Vind het je het dan gek als...

 

Wednesday, March 28, 2012

Food Inc

Gister een documentaire gezien die mijn mond wagenwijd liet openstaan. Van verbazing, niet om er eten in te stoppen. Daar heb ik plots niet zoveel zin meer in.

Food Inc geeft een kijkje achter de schermen van de Amerikaanse voedselindustrie. Ze laten zien dat de zaken er iets anders aan toegaan dan je waarschijnlijk zou verwachten. Daarom leek het me nuttig om dat eens samen te vatten. Het beste zou zijn om de documentaire zelf te gaan kijken, beelden zeggen vele malen meer dan woorden. Maar voor wie daar geen tijd of zin in heeft:

Ik zal beginnen bij het begin. Maïs en soja zijn verreweg de belangrijkste grondstoffen in de voedselketen.Van alle gewassen in de VS nemen zij 70% van de productiewaarde voor hun rekening. Maïs wordt in heel veel producten verwerkt, van ketchup tot frisdrank. Maar ook in vitaminen en brandstof. Van soja wordt vooral olie gemaakt, maar ook biodiesel. Meer dan de helft van beide producten wordt echter gebruikt als veevoer. Van soja lijkt dit zelfs zo’n 85% te zijn. Dit komt doordat ze zo belachelijk goedkoop zijn en veel proteïnen bevatten. Hierdoor bereikt het vee sneller hun slachtformaat. Of dat gezond is, is een tweede.

Over soja wordt verder verteld dat er één bedrijf is in de VS (Monsanto) die deze markt vrijwel helemaal in handen heeft. Door een patent op een genetisch gemanipuleerde sojaboon dwingen ze iedere boer deze boon te verbouwen, met een verbod op het behoud van eigen sojazaad. Kleine zelfstandige boeren worden weggedrukt met behulp van rechtzaken volgens het Goliath concept. Het gevolg: er is geen marktwerking en er is geen organische sojaboon in de VS.

Oja, feitje tussendoor, sojabonen zijn ook de voornaamste reden waarom het Amazonegebied wordt ontbost. Om dus bonen te maken voor veevoer. Zodat wij meer goedkoper vlees kunnen eten.

Dan de veemarkt. Ook hier is weinig marktwerking, de grootste vier bedrijven hebben 80% van de markt in handen. Conglomeraten als Tyson, Cargill en Swift doen het slim, ze verstrekken hoge leningen aan boeren om grote productiefaciliteiten te bouwen. Hiermee leggen ze de boeren hun productiewil op en zijn ze verzekerd van de juiste kwaliteit. Zo smaakt je hamburger overal hetzelfde. Ook al is die genetisch gemodificeerd.

Nog een feitje. 70% van alle antibiotica in de VS wordt aan dieren gegeven. Uit voorzorg, zodat de productie lekker efficient kan doordraaien.

Heb je trouwens ooit van Cafo’s gehoord? Da’s een moderne Amerikaanse boerderij, oftewel Concentrated Animal Feeding Operation. Voor de aardigheid een plaatje toegevoegd onderaan deze tekst. Dat zegt denk ik genoeg.

De vleesverwerkende industrie is op dezelfde manier efficient georganiseerd. Natuurlijk staat dit altijd op gespannen voet met dierenrechten, maar daar gaar dit niet over. Wat wel noemenswaardig is dat bedrijven zoals BPI (een hamburgervuller die 70% marktaandeel heeft) een techniek hebben gevonden om afvalvlees toch voor menselijke consumptie te kunnen verkopen. Normaliter zit dit spul vol met dodelijke rommel zoals BSE en de bacterie die E.coli wordt genoemd, maar door het grondig te wassen met ammoniak, krijgen ze het voor elkaar om deze bacterien te verwijderen. Je vlees wordt vervolgens met zo’n 5% van dit goedje bijgevuld.

De bedrijven kan je eigenlijk niet eens zoveel kwalijk nemen. Het is het systeem dat verrot is. De politiek en de voedselindustrie werken nauwgezet samen om de concurrentiekracht van deze bedrijven te vergroten. Dit gebeurt door subsidies, minder regulering, minder voedselinspecties en andere vriendjespolitiek. De industrie hoeft niet eens te vermelden op producten dat ze genetisch gemodificeerd zijn! Het lijkt alsof de belangen van bedrijven (en daarmee de VS, en daarmee alle Amerikanen) belangrijker zijn dan het belang van de Amerikanen zelf. En dat is vreemd, want deze twee zouden toch precies hetzelfde moeten zijn. Er is echter één groot verschil. Heel veel geld.

Je zou verwachten dat in deze democratische wereld er vast mensen met verstand zijn die bepaalde richtlijnen hebben vastgesteld die goed zijn voor ons. Maar denk je werkelijk dat de overheid hier volledig onafhankelijk is? De documentaire laat een aantal aardige voorbeelden zien, maar ik zal volstaan met de opmerking dat lobbyisme in de VS een serieuze beroepsgroep waar jaarlijks 30 miljard dollar in omgaat. Daarbij is het ontbreken van concurrentie in deze industrie zowel een slecht signaal als ook een slecht voorteken. Ik zeg het je, dit zaakje stinkt.

Gevolgen voor de mens in de vorm van suikerziekte, obesitas en massale besmettingen zijn een lange termijn effect. Op de korte termijn zie je vooral veel dikke mensen die goedkoop bij de Walmart shoppen. Maar het huishoudgeld dat minder wordt besteed aan eten wordt daarna ruimschoots uitgegeven aan een tweede orde effect van dat gedrag. Ik doel hier voornamelijk op gezondheidszorg en gerelateerde producten, maar ook juridische bijstand of zelfs financiele producten zoals levensverzekeringen of leningen om de uitgeefdrang tegen te gaan.

Het begint natuurlijk allemaal bij de consument zelf. Bij mij. Bij jou. Vergeet dat nooit. We zijn het zelf gestart door massaal bij de McDonald’s te gaan eten, door altijd te gaan voor het meeste van het goedkoopste. Door standaardisering te willen in ons dagelijks voedsel. De industrie speelt daar vervolgens handig op in en weet door aanpassingen in de waardeketen de efficientie te vergroten en nóg meer voor nóg goedkoper aan te bieden. Allemaal in het belang van de consument.

Maar diezelfde consument kan aan de andere kant ook de doodsteek van deze beweging zijn. Door simpelweg andere keuzes te maken, en de goedkoopste oplossing links te laten liggen. Door organisch voedsel te eten, en op een gezonde en bewuste manier te leven.

Eet smakelijk!



Tuesday, November 29, 2011

Judo vs Boksen

Nederlanders hebben de naam erg direct te zijn in de omgang. De Scandinaviërs wellicht nog meer. De Zuid-Europese landen daarentegen draaien er continu omheen, en de Fransen doen helemaal maar wat. Ook Amerikanen zeggen zelden iets direct, of ze volgen het standpunt van hun baas. Als Nederlander in Amerika ga ik om met Nederlanders en Amerikanen, en valt me op dat hiertussen een groot verschil zit in het voeren van een discussie.

Nederlanders zijn gewend om direct kritiek te leveren als ze het ergens niet mee eens zijn. Ze zullen zoiets zeggen als: “Nee, want ik vind...” en hun eigen, natuurlijk betere, standpunt opvoeren. De Nederlander bokst als het ware terug tegen het oorspronkelijke standpunt. Indien de andere Nederlander zich niet laat overtuigen door de ander zal ook hij gaan boksen om de discussie te winnen. Zo boksen ze lekker tegen elkaar aan.

Dan de Amerikanen. Deze leveren meestal niet direct kritiek, maar nemen eerst het standpunt van de ander aan. Vervolgens gaat hij de ander vragen stellen om zijn verhaal verder te bevestigen. Het gaat ongeveer als: “Oh, dat wist ik niet? Maar vertel me eens, hoe zit het dan met...?” De andere Amerikaan moet steeds antwoorden geven, en als hij hierin verstrikt raakt doet hij als het ware zichzelf de das om. Amerikanen gebruiken de kracht van de ander om hem te laten bewijken. Net als judo.

Beide methoden lijken op elkaar. Het is linksom en rechtsom, want het doel bij beide partijen blijft hetzelfde. Er is echter een essentieel verschil waardoor ik de voorkeur geef aan de Amerikaanse methode. De Amerikanen proberen op te bouwen in plaats van af te breken. In beginsel geeft de Amerikaan de ander de kans om zijn verhaal te sterken. Zolang hij juiste antwoorden weet te geven blijft zijn standpunt staan. Het zorgt voor een vriendelijker discussiestructuur, meer gericht op vooruitkomen dan op het krijgen van het eigen gelijk. Het risico bij de Nederlandse methode is dat de vorm van de discussie snel belangrijker wordt dan de inhoud. Dit omdat de zuiverheid van de discussie verminderd, doordat zaken uit hun verband worden getrokken of er bijvoorbeeld emotie in het spel komt. Het is een negatief geladen proces, wat vaak leidt tot bijkomende of ongewenste effecten.

Er zijn nog veel meer voor- en nadelen op te sommen van beide methodes, maar het belangijkste principe blijft voor mij: positief communiceren is beter dan negatief communiceren. En daar zit geen woord Chinees bij.

Wednesday, October 19, 2011

Taal

Het blijft een apart communicatiemiddel. Taal. Iedereen gebruikt het de hele dag door, meestal zonder erbij na te denken. Maar nu ik een jaartje in Amerika woon, kom ik erachter dat veel woorden of uitdrukkingen toch niet zo vanzelfsprekend zijn. Ook niet in de letterlijke zin van het woord.

Nederlanders worden vaak geroemd om hun uitstekende talenkennis. Door onze kleine voetafdruk in de wereld is het spreken van verschillende talen voor Nederlanders de gewoonste zaak van de wereld. En al zullen veel Nederlanders geen Oxford-Engels spreken (meestal hoor je aan de uitspraak meteen al dat het om Hollanders gaat), hier in New York behoren we wel tot het meer verstaanbare Engels. Dit overigens in tegenstelling tot veel Indiërs of Chinezen, die zelfs als ze hier geboren zijn, onverstaanbaar Engels gebruiken. Maar dat is niet het probleem van de taal dat ik hier bedoel. Dat gaat over de gebruikte woorden zelf.

Toen ik pas in Amerika woonde viel het me op dat de Amerikanen veel uitdrukkingen gebruiken. Dit zijn dan uitdrukkingen die in Amerika normaal zijn, maar mij als Nederlander vaak op het verkeerde been zetten. ‘To bend over backwards’, ‘There's no two ways around that' of ‘The tail wagging the dog’ zijn als losstaande uitdrukkingen best te begrijpen, maar als ze in een normaal gesprek worden gebruikt ben je in eerste instantie geneigd de letterlijke betekenis van een woord te volgen. En dan is het best raar als iemand tijdens een discussie over juridische aspecten van een contract plotseling over een apart soort kwispelende hond begint.

Maar het wennen aan dat soort uitdrukkingen gaat eigenlijk vrij snel, en na verloop van tijd merkte ik dat ik ze ook zelf ging gebruiken. En om niet onbedoeld grappig te zijn door de Nederlandse uitdrukkingen letterlijk te vertalen in het Engels heb ik me de eerste maanden maar onthouden van elk spreekwoord of gezegde. Vaak hoor ik Nederlanders in gesprek citeren uit het bekende boekje 'I always get my sin', zoals ‘I don’t want to fall with the door in the house’ of ‘he fell with his nose in the butter’. Het wordt pas echt grappig als er door de vertaling plots hele vreemde dingen worden verteld: ‘this can so not longer’ of ‘I couldn’t find the head entrance’.

Na enkele maanden begin je echter standaard in het Engels te praten, zonder dat je het eerst in het Nederlands bedenkt en het vervolgens in je hoofd vertaald. Dit werkt prima voor de uitdrukkingen die ik gebruikte, want alles gaat direct in het Engels en als de juiste uitdrukking niet kent, zal je hem ook niet gebruiken. Maar op dat moment gaat het mis bij de standaard uitdrukkingen in het Engels, die ook in het Nederlands veel worden gebruikt. Deze uitdrukkingen hebben bij mij vanuit het Nederlands een betekenis meegekregen, maar nu hoor ik ze vanuit de Engelse variant. Zo viel ik laatst stil toen iemand me vroeg 'What's up?'
Weet ik veel wat boven is. Ik ben veel te blij dat ik hier zit. En heb je je ooit afgevraagd waar de letters OK voor staan? En wat is precies een ‘back-up’? Een take-in gesprek? Wie zijn de jet set? En zo kan ik nog wel even doorgaan. Nadat ik me dus eerst de Engelse uitdrukkingen letterlijk voor te stellen alvorens de betekenis te begrijpen, moet ik nu weer voor sommige andere uitdrukkingen dit juist niet doen, omdat de letterlijke betekenis niets heeft te maken met de eigenlijke opmerking.
Taal. Ik blijf het een apart communicatiemiddel vinden. Het zal me de komende tijd nog wel even bezighouden, waar ik me ook bevind. En ik zal vast nog wel eens iets verkeerd zeggen of een opmerking helemaal verplaatsen. Maar dat is niet zo erg. Shit happens, nietwaar?

Wednesday, September 7, 2011

Security Questions

Van tijd tot tijd word ik eraan herinnerd dat leven in Amerika toch echt iets anders is dan leven in Nederland. Misschien komt het dat ze verder zijn in de wereld, en in dit specifieke geval internetbeveiliging. Maar het kan ook dat ze compleet verschillend over zaken nadenken.
Ik moet op een Amerikaanse site wat belastinginformatie invullen. Daarvoor moet ik een gebruikersnaam en een wachtwoord invullen. Dat lukt nog vrij aardig, al moet er een cijfer, een hoofdletter én een leesteken in het wachtwoord zitten en mag het niet korter zijn dan 8 karakters.
Maar dan begint het. Ik moet vijf veiligheidsvragen beantwoorden. Niet één, zoals ik gewend ben van de Nederlandse sites, maar vijf. Het staat er echt. Veiligheidsvragen zijn vragen die je worden gesteld als je je wachtwoord vergeten bent. Je eerder gekozen antwoord moet je dan opnieuw invullen en kunt weer door op de site. Een veilige procedure, die ervoor zorgt dat er geen misbruik wordt gemaakt van gegevens. En vijf vragen zijn tenslotte veiliger dan één, dus ik besluit om het spel maar gewoon mee te spelen. Totdat ik de lijst met vragen zie waarop ik moet antwoorden.